Filosofie|orienteren

(bijgewerkt: zaterdag oktober 20, 2001 12:01 )

Sri Krishna

Start
Stichter
Wie zijn we
Agenda
Centra
Filosofie
Contact

 

 

 

God als "Heer", is te mannelijk! Doet teveel denken aan bazige man

 

 

 

 

 

 

 

 

In Bijbel is God meestal Heer, Vader maar heeft Hij ook vrouwelijke trekken

 

 

 

 

 

 

In Gita zegt Krishna dat Hij de moeder is

 

 

 

 

 

 

Krishna is enige Genieter, de enige Man

 

 

 

 

 

 

 

 

Alle anderen worden genoten, allen vrouwelijk, ongeacht het lichaam

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Radha is expansie van Krishna en verschaft Hem de hoogste gelukzaligheid

 

 

 

 

 

 

Radha is Krishna's Gelijke, samen zijn Zij het Goddelijke Koppel

 

 

 


Your browser is not Java capable or Java has been disabled.

Is God een man of een vrouw?

Zo nu en dan wordt er flink gediscussieerd over het al dan geen vrouw zijn van God. De Vedische filosofie biedt echter een verrassend en diepzinnig antwoord op deze vraag dat zowel man als vrouw zal bevallen.

door B. Kuenen

God niet langer Heer?

Veel Bijbelvertalingen zijn moeilijk leesbaar vanwege het gedateerde Nederlands, dat consequenties heeft voor het juiste begrip van de tekst. Vanwege de grote behoefte aan de Bijbel wordt daarom een nieuwe vertaling gemaakt. De vertalers vragen zich daarbij af hoe God moet worden aangeduid.

De Eeuwige, de Aanwezige, Onnoembare, de Barmhartige; een alternatief voor de Godsnaam in de Nieuwe Bijbelvertaling is er nog niet. Maar als het aan drie supervisors van de NBV ligt, is het in ieder geval gedaan met de aanduiding ‘Heer’. “‘Heer’ roept een beeld op van een mannelijke figuur met autoriteit. Dat past toch niet meer in deze tijd!”[1]

De aanduiding van God als ‘Heer’ is daarbij het probleem. Het doet denken aan een man die de baas is. Moderne vertalers moeten zich realiseren dat veel vrouwen zich daarom niet meer in de huidige vertalingen kunnen vinden.[2] Tijdens het opnieuw vertalen van de Bijbel is de kans groot dat er een beslissing moet worden genomen over de aanduiding van God. De vraag: Is God een Man of een Vrouw, of misschien zelfs Beide? zal dan afdoende moeten worden beantwoord.

 

God de Vader, Heer, Vrouw en Moeder.

In de geopenbaarde geschriften wordt de Allerhoogste Persoonlijkheid Gods op het eerste gezicht altijd aangeduid als zijnde mannelijk. In de Statenvertaling wordt maar liefst 5975x het woord ‘Heere’ gebruikt om God aan te duiden en 2055x met het woord ‘Heeren’. De Bijbelse profeten en Jezus bevestigen de mannelijkheid van God door veelvuldig gebruik van ‘Vader’[3], terwijl in de Bhagavad-gita Krishna Zelf aangeeft dat Hij de Vader is:

Men gelieve te begrijpen, O zoon van Kunti, dat de aanwezigheid van alle levenssoorten mogelijk wordt gemaakt door geboorte in deze stoffelijke natuur, en dat Ik de vader ben van wie het zaad afkomstig is.[4]

Als Krishna de bron is van alles, dan zullen alle eigenschappen die tot de typisch vrouwelijke worden gerekend, in Hem aanwezig zijn. Het is voor Hem dus geen kunst zich ook als vrouw(elijk) te manifesteren. In de Bijbel zegt Jahweh:

En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.[5]

Zoals iemands moeder hem troost, zo zal Ik u troosten, ja, in Jeruzalem zult gij getroost worden.[6]

De schepping van man en vrouw naar Zijn beeld wordt hier in één adem genoemd. Krishna zegt in de Bhagavad-gita dat Hij tevens de moeder van het universum is. [7]

Uit het voorgaande is duidelijk dat God compleet is, maar hoe moet Hij nu (?!) worden aangesproken? Volgens de vedische filosofie kan dit thema, vanuit een ander licht worden uitgewerkt.

 

De Allerhoogste Genieter, Bestuurder en Eigenaar: Purusa

In de vedische filosofie betekent het woord purusa letterlijk het ‘mannelijk principe’.[8] Dat betekent niet dat God een gewoon mens is Wanneer het wordt gebruikt om Krishna aan te duiden, betekent het ‘de Allerhoogste Genieter, Heer der schepping en eigenaar’. Dan worden meestal de woorden ‘adi-purusam’ (=de Oorspronkelijke Genieter) en ‘paramam purusam’ (= de Allerhoogste Genieter) gebruikt. Hieruit volgt dat de genieter, heerser en eigenaar, purusa, wordt geassocieerd met het mannelijk principe. Je kan genieten van datgene wat in je macht en bezit is en van wat je gemaakt hebt. In de Bhagavad-gita stelt Krishna dat Hij uiteindelijk de enige Genieter is: 

Ik ben de enige genieter en het enige doel van alle offers. Zij die Mijn werkelijke, bovenzinnelijke aard niet doorgronden vallen terug in het stoffelijk bestaan.[9]

De geopenbaarde Geschriften bevestigen dit door te stellen dat het de oorspronkelijke positie van alle levende wezens is om de Heer dienstbaar te zijn, oftewel: Hem laten genieten. Uiteindelijk worden alle levende wezens door Krishna genoten. [10]

In de Bhagavad-gita worden de levende wezens aangeduid met prakritim me param of ‘Mijn hogere natuur’. Het woord prakriti betekent ook ‘vrouwelijk’[11] in de zin van passief en ontvankelijk zijn. Zij die overweldigd zijn door de materiële natuur hebben zich ooit van Krishna afgewend met het doel zelf de hoogste genieter te zijn. Zij zijn dus allen nep-purusa’s, die vrijelijk hun verzinsels mogen uitproberen.

Behalve deze lagere natuur, O sterk-gearmde Arjuna, heb Ik een hogere natuur, welke bestaat uit alle levende wezens, die met de stoffelijke natuur worstelen en het universum schragen.[12]

Ze zeggen dat deze mannen zijn, maar in werkelijkheid zijn zij vrouwen. Alleen zij die ogen hebben [intelligentie] weten dit, maar niet de blinden [de onintelligenten].[13]

Conclusie: mannelijk en vrouwelijk verhoudt zich als de Genieter tot de genotene. Dit betekent dat alle levende wezens buiten Krishna - ook degene in de materiële wereld - spiritueel gezien vrouwelijk zijn.[14] In de materiële wereld proberen zij zich als genieter - en dus mannelijk - te gedragen. Dit gaat ook op voor degenen met een zogenaamd vrouwelijk lichaam zijn uitgerust. Het hele aardse man/vrouw-begrip krijgt met deze zienswijze een totaal ander gezicht.

Srimati Radharani

Het levend wezen als onderdeel van Krishna’s marginale energie is minuscuul, zoals een vonkje minuscuul is vergeleken met het vuur. Behalve de levende wezens heeft Krishna echter ook Zijn Gelijke om van te genieten. Deze Gelijke komt voort uit een deel van Krishna’s inwendige energie, de hladini sakti, of gelukzaligheid. Als Zijn Gelijke is Ze de enige die Krishna’s verlangens volledig kan vervullen.

Ik aanbid Govinda, de oorspronkelijke Heer, die verblijft in Zijn eigen woonplaats, Goloka, met Radha, die lijkt op Zijn eigen spirituele gedaante en die de extatische energie belichaamt [hladini]. Hun metgezellen zijn Haar vertrouwelingen, die uitbreidingen belichamen van Haar lichamelijke gedaante en die bezield en doordrenkt zijn van de altijd gelukzalige bovenzinnelijke rasa.[15]

De Allerhoogste extase van Srimati Radharani is de essentie van spiritueel leven. Het is Haar enige zaak om al Krishna’s verlangens te vervullen.[16]

De reden voor deze onzelfzuchtige dienstbaarheid is de extatische liefde die Radharani voor Krishna voelt. Deze liefde voor Krishna (prema) is het hoogste aspect van Krishna’s eigen gelukzaligheidsenergie. Radharani is de hoogste Vertegenwoordigster van degenen die deze extase van liefde voor Krishna smaken.

Het essentiële deel van liefde voor God [prema] wordt mahabhava genoemd, bovenzinnelijke extase, en deze extase wordt vertegenwoordigd door Srimati Radharani.[17]

Omdat Radharani niets liever doet dan Krishna dienen is, Zij de ultieme Genotene en daarom het ultieme vrouwelijke principe. Zij is in wezen Gods absolute vrouwelijke aspect. Samen zijn Ze het Goddelijke Koppel en Hun liefdesuitwisseling is de hoogste vorm van wederzijdse liefde.

De vraag of God een Man of een Vrouw is, is hiermee beantwoord. Krishna (God) is de transcendentale “Hij”, Zijn energieën zijn “Zij” en Krishna is één en verschillend van Zijn energieën.



[1] Telegraaf 1(?) Februari 1999, “God Niet Langer Heer”, quote Riet Bons-Storm.

[2] Telegraaf 1(?) Februari 1999, “God Niet Langer Heer”, quote Martine Heinrichs, Kerk en Wereld.

[3] Bijbel, Statenvertaling, Maleachi 2.10.

[4] Bhagavad Gita Zoals Ze Is, vers 14.4, Sri Srimad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada.

[5] Bijbel, Statenvertaling, Genesis 1.27.

[6] Bijbel, NBG-vertaling, Jesaja 66.13.

[7] Bhagavad Gita Zoals Ze Is, vers 9.17, Sri Srimad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada.

[8] Bhagavad Gita Zoals Ze Is, Verklarende Woordenlijst / Transcendental Personalism, H.H. Suhotra Swami.

[9] Bhagavad Gita Zoals Ze Is, vers 9.24, Sri Srimad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada.

[10] Sri Caitanya Caritamrita, Madhya Lila, H20, verzen 108-109.

[11] Transcendental Personalism, blz. 128, H.H. Suhotra Swami.

[12] Bhagavad Gita Zoals Ze Is, vers 7.5, Sri Srimad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada.

[13] Rg Veda, vers 1.164.16.

[14] A Hare Krishna at SMU, H.H. Tamala Krishna Goswami, book review ‘Six Myths of Our Time’.

[15] Brahma Samhita, vers 5.37, Sri Srimad Bhaktisiddhanta Sarasvati Goswami Thakura. (Cc. M. 8.163)

[16] Sri Caitanya Caritamrita, Madhya Lila, H8, vers 164.

[17] Sri Caitanya Caritamrita, Madhya Lila, H8, vers 160.

 

 


 Jump to top of page.

Start ] Omhoog ] Stichter ] Wie zijn we ] Agenda ] Centra ] Contact ]

Hare Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare
Hare Rama, Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare