|
Velen hebben in de loop der tijden
inspiratie gevonden bij Srila Prabhupada. Ook vele geleerden en
prominenten, zoals dr. Harvey Cox, dr. Judah Stillson, dr. Larry Shinn
en George Harrison (inderdaad, die). Hier een klein overzicht over wat zij van Srila Prabhupada
vinden.
door Ben Kuenen, augustus 1997
Inhoud
Sri
Srimad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada, de stichter
Zijn levensloop
Een echte guru
Op handen gedragen
Srila Prabhupada’s Belangrijkste Bijdragen
Zo’n beetje ieder woord wat Srila Prabhupada
gedurende de laatste 12 jaar van zijn leven heeft gezegd en geschreven
is geregistreerd in de vorm van boeken, videobanden, bandopnamen en
dagboeken van leerlingen. Uiteraard is er een zeer uitgebreide biografie
geschreven over het leven en werk van deze man, waarin het eerder
genoemde materiaal is verwerkt. De biografie zal hier niet worden
overgeschreven, maar met behulp van enige citaten zal getracht worden om
de persoonlijkheid van Srila Prabhupada in het juiste licht te schetsen.
Een volledig beeld geven is echter een onmogelijke opgave.
Srila Prabhupada verscheen op 1 september 1896 in
Calcutta, in deze wereld. Zijn naam was toen Abhay Charan De. Na een
eenvoudige jeugd met een religieuze opvoeding, studeert hij af in 1920
en gaat aan het werk. In 1922 ontmoet hij zijn latere geestelijk leraar
Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Goswami, een vaisnava in de lijn van de
geestelijke erfopvolging vanaf Heer Caitanya, die hem in 1932 initiatie
verleend. Bij de eerste ontmoeting vroeg zijn guru al waarom hij, als
ontwikkeld iemand met kennis van de engelse taal, het Krishna bewustzijn
niet over de hele wereld ging verspreiden. Deze opdracht wordt bij tijd
en wijle in één of andere vorm herhaald; de guru maakte geen grapje,
hij meende wat hij zei. Wanneer Srila Prabhupada ver in zijn vijftiger
jaren zit neemt hij sanyassi en treedt toe tot de wereldverzakende
levensorde. Rond deze leeftijd begint hij steeds serieuzere plannen te
maken om de opdracht van zijn geestelijk leraar uit te voeren.
Uiteindelijk arriveert Srila Prabhupada in september 1965, op 69-jarige
leeftijd in New York, met een handvol roepies en een kist boeken. Na wat
heen en weer geschuif komt hij met hulp van geïnteresseerde jongelui
terecht in een groezelig pandje ergens in de Lower East Side van New
York, dat op dat moment reeds het decor is voor de hippiecultuur. Hier
was Srila Prabhupada aanvankelijk onbekend mee. De groep jonge,
spiritueel zoekende mensen om hem heen groeide en via-via werden er ook
kleine centra gestart in andere steden dankzij de inspanningen van
leerlingen van het eerste uur.
De eerste leerlingen liepen weg met de swami en
ontplooiden vrijwillig en enthousiast allerlei activiteiten om zijn
leringen te verspreiden.
Nu is er in het sektegebeuren altijd heel veel kritiek omtrent de
leerling-meester verhouding. De grootste beschuldiging is dat de guru
leerlingen misbruikt voor het vergaren van rijkdommen. De werkelijkheid
is in dit geval anders.
Srila Prabhupada had een leerling-meester verhouding met Srila
Bhaktisiddhanta Sarasvati Goswami. Een voorval uit de beginjaren in
Amerika geeft een indicatie hoe Srila Prabhupada zelf dacht over deze
relatie. Nadat hij een hartaanval had overleefd en zichzelf uit het
ziekenhuis had ontslagen, gecombineerd met het drukke schema wat hij
zichzelf oplegde, begonnen enkele leerlingen zich af te vragen wat ze
zouden moeten als hun swami onverhoeds mocht wegvallen. Hetzij door
overlijden, hetzij door terugkeer naar India. De swami was zeer geliefd
en de leerlingen waren dan ook zeer bezorgd om hem. Ze overdachten de
mogelijkheid hem te vervangen door één van Srila Prabhupada’s
godsbroeders. Maar dit idee kwam hij ook aan de weet:
Mukunda: Ik zat alleen bij Swamiji op zijn kamer en
hij was heel ernstig en stil. Zijn ogen waren gesloten. Toen begonnen
er opeens tranen uit zijn ogen te vloeien. Met gesmoorde stem zei hij:
“Mijn geestelijk leraar was geen gewone geestelijk leraar.” Na een
moment van stilte veegde hij de tranen van zijn wangen en zei hij met
een nog meer verstikte stem: “Hij heeft me gered.” Op dat moment
begon ik te begrijpen wat een “geestelijk leraar” was en liet ik
alle overwegingen om Swamiji ooit te vervangen, varen.
Srila Prabhupada was zeer gehecht aan z’n eigen guru
met wie hij een zeer intieme relatie had. Bovendien is een dergelijke
relatie van essentieel belang voor het opdoen en doorgeven van
geestelijke kennis. De Vedische geschriften doen er gezaghebbende
uitspraken over, welke door Srila Prabhupada werden nagevolgd. In de
Bhagavad Gita zegt Krnsa over geestelijke erfopvolging:
Zo werd deze allerhoogste wetenschap van geestelijk
leraar op leraar ontvangen en zo ontvingen alle heilige vorsten haar.
Maar in de loop der tijd raakte de geestelijke erfopvolging verbroken
en hierdoor lijkt de wetenschap-zoals-ze-is verloren te zijn. (B.G.
4.2)
Tracht de waarheid te vernemen door je tot een geestelijk leraar te
wenden. Stel hem in alle bescheidenheid vragen en wees hem dienstbaar.
Een zelfverwerkelijkte ziel kan je de kennis overdragen omdat ze de
waarheid heeft doorschouwd. (B.G. 4.34)
Hij bedacht niets zelf. Een vergelijking van de
biografie, zijn leringen en de Vedische geschriften zal dit aangeven.
Het voorgaande fragment kan worden aangevuld met een commentaar op Srila
Prabhupada van Prof. Dr. Larry D. Shinn:
Een van de belangrijkste lessen die een oplettende
lezer uit deze biografie van Bhaktivedanta Swami kan trekken, is hoe
gecompliceerd en diepgaand de relatie tussen guru en leerling is. Veel
van de kritiek van ouders en antisekte-bewegingen is gericht tegen het
feit dat de sekteleiders absolute overgave zouden eisen van hun
volgelingen. Men neemt aan dat de leider uit persoonlijke motieven
(zoals macht of winstbejag) anderen manipuleert, terwijl de
overgegeven leerlingen, in een toestand waarin zij niet langer voor
zichzelf kunnen denken, gedwongen zijn de bevliegingen van de
geestelijk leraar te volgen. In dit boek over het leven van Srila
Prabhupada kunnen we zien hoe kortzichtig deze veronderstelling is.
Uit iedere pagina komt duidelijk naar voren hoe deze jonge mannen en
vrouwen zich vrijwillig wijden aan een man die zij bewonderen voor
zijn diepgaande geloof en nederigheid, en niet voor zijn autocratische
of dwingende eisen......
Professor in de theologie aan de Harvard Divinity
School, Harvey Cox, zegt over Srila Prabhupada het volgende:
Dit levensverhaal van Srila Prabhupada is een
duidelijk bewijs dat het mogelijk is om de waarheid over te dragen en
tegelijkertijd een dynamisch en opmerkelijk, en zelfs in bepaalde
opzichten een “origineel” persoon te zijn. ... Op een leeftijd die
bijna iedereen zeer gevorderd zou noemen en waarop de meeste mensen op
hun lauweren zouden rusten, gaf hij gehoor aan de opdracht van zijn
geestelijk leraar en begon zijn moeilijke en inspannende reis naar
Amerika. Srila Prabhupada is natuurlijk één van de duizenden leraren
op het gebied van geestelijke kennis. Maar op een bepaalde manier is
hij ook één uit duizenden - en misschien wel één uit een miljoen.
Srila Prabhupada wordt dus niet alleen door zijn
leerlingen op handen gedragen, maar ook door buitenstaanders die zich
vanuit hun academische nieuwsgierigheid op het Hare Krishna fenomeen
hebben gestort. Waar veel zogenaamde guru’s vroeg of laat door de mand
vielen, daar was deze persoonlijkheid de sublieme uitzondering op de
regel. In het boekje over sektes van Geert Vanacker, wordt tijdens de
behandeling van sekteleiders een uitzondering gemaakt voor Srila
Prabhupada, die blijkbaar kerngezond functioneerde:
Wij laten ons in ieder geval niet meeslepen met de
hetze die tegen de meeste guru’s wordt gevoerd. Wij verwijzen hier
zelfs graag naar Dr. Stillson Judah, kenner als niet één, van de
Hare Krishna-beweging, en dus ook van haar stichter Bhaktivedanta Swami
Prabhupada. Over deze laatste spreekt Judah in uitermate positieve
zin. Hij looft hem omwille van zijn eenvoud, mildheid en wijsheid.
Klare taal van een man die weet waarover hij praat.
Nu Prof. Dr. Stillson Judah hier toch al is genoemd,
kan een meer uitgebreide visie van hem op Srila Prabhupada ook nog wel
worden genoemd:
Dit boek onthult op de eerste plaats de buitengewone
persoonlijke eigenschappen van Srila Prabhupada, die zo’n diepe
eerbied en genegenheid bij zijn leerlingen teweeggebracht hebben. Zijn
karakter getuigde niet alleen van diepe morele kracht, nederigheid en
heiligheid, maar ook van
werkelijke onthechting. In tegenstelling tot zovele hedendaagse
guru’s, was hij tevreden met een leven zoals zijn leerlingen dat
leidden... Srila Prabhupada’s leven, zoals dat hier wordt
beschreven, was geheel volgens zijn ideaal, en het voorbeeld dat hij
ermee gesteld heeft, is waard om door anderen gevolgd te worden. In
een tijd waar schijnheiligheid en cynisme hoogtij vieren, is dit het
zeldzame voorbeeld dat we nodig hebben.
Srila Prabhupada wordt door kenners duidelijk als
verschillend gezien van de nep-guru’s en swami’s die het Westen
hebben overspoeld. Dr. Kailash Vajpeye, hoofd van de afdeling Indologie
aan de Universiteit van Mexico, roemt Srila Prabhupada om zijn Bhagavad
Gita zoals ze is en hekelt
tegelijkertijd het leger Oosterse pseudo-geestelijken waarin het Westen
zolangzamerhand verdrinkt:
Als geboren Indiër, die thans in het Westen leeft,
verdriet het me zeer wanneer ik zoveel van mijn landgenoten hierheen
zie komen in de rol van guru of geestelijk leider. Daarom ben ik zeer
opgetogen nu ik de uitgave van de “Bhagavad Gita zoals ze is” in
handen heb, van A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada. Dit boek zal
ertoe bijdragen dat er een eind wordt gemaakt aan het gruwelijke
bedrog van de valse en ongeautoriseerde ‘guru’s’ en yogi’s en
alle mensen in staat stellen de werkelijke betekenis van de oosterse
cultuur te doorgronden.
De Beatles, en dan met name George Harrison, hebben
ook regelmatig contact gehad met de Hare Krishna beweging en met Srila
Prabhupada zelf. George Harrison voelde zich altijd al sterk
aangetrokken oosterse filosofieën en het was dan ook niet vreemd dat
hij veel sympathie koesterde voor ISKCON en haar leden. Harrison zegt
over zijn relatie met Srila Prabhupada:
Prabhupada zag er precies zo uit als ik me had
voorgesteld. Ik had de eerste ontmoeting met hem met een soort gevoel
van angst en ontzag tegemoet gezien. Dat is wat ik later, toen ik hem
vaker ontmoet had, zo fijn vond - ik voelde dat hij gewoon meer een
vriend was. Ik voelde me ontspannen. Dat was veel beter dan in het
begin, want toen had ik niet begrepen wat hij zei en ik wist niet of
ik misschien niet te materialistisch was om er zelfs maar bij te zijn.
Maar later raakte ik wat meer ontspannen en voelde ik me veel meer op
mijn gemak bij hem. Hij was erg hartelijk tegenover mij. Hij praatte
tegen mij niet anders dan tegen de anderen. Hij sprak gewoon altijd
over Krishna en het deed er niet toe wie er bij was. Wanneer je hem ook
zag, hij was altijd hetzelfde. Het was niet zo dat hij je de ene keer
vertelde Hare Krishna te chanten en de volgende keer zei: “O nee, ik
heb me vergist.” Hij was altijd hetzelfde.
Het was elke keer fijn om hem op te zoeken. Soms ging ik overwachts
langs, dan was ik eigenlijk helemaal niet van plan om te komen, maar
voelde ik me er min of meer toe verplicht. En iedere keer dat ik bij
hem vandaan kwam, voelde ik me zo goed. Ik was me ervan bewust dat hij
in mij als persoon geïnteresseerd was. Het was altijd heel prettig.
Harrison had destijds een LP opgenomen, “Living in
the Material World” welke 5 weken bovenaan de hitlijsten stond. Het
lied “My Sweet Lord” stond in Amerika twee maanden lang nummer één.
Deze werken waren direct geïnspireerd door Srila Prabhupada en zijn
volgelingen.
De bijdrage die Srila Prabhupada voor mij persoonlijk
betekent is vooralsnog niet te meten. Dagelijks ontdek ik nieuwe feiten
over deze man. Toen ik nog nooit van hem had gehoord dacht ik dat het
iemand was die me wel iets over de Bhagavad Gita kon leren. Nu weet ik
dat de man waarlijk een heilige is vanwege het feit dat hij 24 uur per
dag bezig was om op filosofisch, devotionele en praktische wijze het
Godsbewustzijn te verspreiden, op een manier die zijn gelijke nog niet
kent in de Westerse Wereld. Het is ondoenlijk om een volledig overzicht
te krijgen van de gevolgen die zich nog moeten uitkristalliseren in het
Westerse denken. De belangrijkste bijdrage is zijn geslaagde missie om
boeken te verspreiden in het Westen. Dit was een opdracht van zijn
geestelijk leraar Srila Bhaktisiddantha Sarasvati Goswami door wiens
genade Srila Prabhupada hiertoe in staat werd gesteld. De boeken
bevatten de diepte van de Vedische filosofie en de instructies om tot
een volmaakt Godsbewustzijn te komen, waarin God uiteindelijk kan worden
ervaren in een directe relatie.
Hoewel nog niet iedereen de inhoud van zijn werken op
de juiste waarde kan schatten viel zijn literaire prestatie wel degelijk
op:
In de periode van oktober 1968 tot november \976
verbaasde Zijne Goddelijke Genade Abhay Charanaravinda Bhaktivedanta
Swami Prabhupada akademische en literaire kringen overal ter wereld
door het schrijven en uitgeven van 52 boekdelen over de oude Vedische
kultuur.... Deze en andere geschriften van zijn hand zagen het licht
in 22 talen
De boeken vormden zijn belangrijkste missiewerk, daar
deze voor iedereen toegankelijk zijn en bewaard kunnen worden op de
boekenplank. Andere waarderende uitspraken over zijn boeken zijn niet te
tellen. Vele universiteitsbibliotheken (90%) van Amerika en Europa
hebben zijn werken op de plank staan en ze worden regelmatig als
basisleerboeken gebruikt.
De Bhaktivedanta Book Trust is de grootste uitgeverij en verspreidster
van boeken op het gebied van filosofie, cultuur en religie van India.
Dr. Judah Stillson geeft nog een andere zeer belangrijke bijdrage van
Srila Prabhpada aan de mensheid, met name dat deel wat in het Westen
woont:
Ik betuig Srila Prabhupada stellig mijn eer als één
van India’s eminentste geleerden. Als vertaler van veel van Inda’s
belangrijkste religieuze teksten heeft hij bijzondere aandacht
geschonken aan de geest en schoonheid ervan. Ik heb natuurlijk veel
schuchtere letterlijke vertalingen van filosofische en religieuze
klassieken van India onder ogen gehad. Dat soort zeer letterlijke
vertalingen is meestal gortdroog - ontbloot van de beoogde spirituele
bedoeling van de tekst. Maar Srila Prabhupada heeft in zijn
vertalingen de essentiële spiritualiteit van de grondteksten gelegd.
Een letterlijke vertaling gespeend van welwillende eerbied voor de
grondteksten verduistert de diepste betekenis ervan eerder dan dat ze
haar verheldert. Ik vind dat Srila Prabhupada’s vertalingen deze
werken tot leven wekken.
De Bhagavad Gita staat wijd en zijd bekend als een in wezen
devotioneel theïstisch werk. Maar er is helaas bijna uitsluitend
commentaar op geleverd door voorstanders van de niet-theïstische
gedachte, die de intens devotionele aard van het werk hebben
verdoezeld. Dus voor mijn gevoel geven Srila Prabhupada’s vertaling
en uitleg de ware betekenis en bedoeling van de Gita weer........
In feite is hij de eerste geweest die het devotionele, theïstische
hindoeïsme - het Vaisnavisme - naar de westerse wereld heeft
gebracht. Tot die tijd had het Westen de hindoe-filosofie voornamelijk
leren kennen via Emerson en Thoreau en de overige transcendentalisten
van de negentiende eeuw, die van de Vedische Schriften niets anders
hadden gelezen dan vertalingen van niet-toegewijden en kommentaren die
een niet-dualistische, pantheïstische uitleg gaven.
Deze begrensde, eenzijdige kijk van het Westen op de Vedische cultuur
werd nog versterkt door Swami Vivekananda, die in 1893 het World Parliament of Religions kwam toespreken. Sindsdien zijn er
talloze guru’s naar het Westen gekomen met hun eigen versie van de
pantheïstische, niet-devotionele kant van de Indiase traditie.
Onderzoekt men de geschiedenis van India;s filosofie en religie, dan
moet men onderscheid maken tussen deze Advaita-filosofie [“geen
verschil tussen God en mens”] en de religie waaruit het eigenlijke
volk leeft. Één van de dingen waarvan men bij een bezoek aan India
onder de indruk komt is het buitengewone aantal tempels daar. En deze
tempels zijn niet gebouwd voor een onpersoonlijke God. Ze zijn gemaakt
om er de persoonlijke God in te eren en aanbidden. De theïstische
eredienst is dus zéér belangrijk in India, in overheersende mate.
Maar dat idee krijg je nooit wanneer je Vivekananda en andere
impersonalistische leraren hoort.
In dit verband kwam ik pas een interessante verwijzing tegen naar een
artikel dat in de jaren negentig van de vorige eeuw in een populair
religieus blad werd gepubliceerd, waarin de schrijver zegt dat het een
schande is dat Vivekananda deze Advaita-filosofie naar Amerika brengt
in plaats van de religie die India zelf aanhangt en naleeft. De
schrijver van het stuk suggereert nog dat Vivekananda de Amerikanen de
religie van Sri Caitanya zou moeten verkondigen - toegewijde dienst
aan de Opperheer - en dat dát het Amerikaanse volk werkelijk iets zou
bijbrengen.
Inderdaad, het impersonalisme wordt door Oosters georiënteerde
groeperingen gepropageerd. Voorbeelden zijn o.a. de Kaballisten, de
Rozekruizers, Soefisten en Theosofen. Hun conclusie is samen te vatten
in de uitspraak “Iedereen is God”. Mensen die zich gevorderd noemen
op spiritueel gebied beginnen fijntjes te lachen als iemand spreekt over
God of over Jezus. Ze lachen uit medelijden met die persoon omdat hij
nog zo’n oppervlakkige geloofsopvatting heeft, waarbij God als persoon
wordt gezien. In hun ogen kan dat niet. Nee, zij zijn immers op de
hoogte van de geheime leringen van het Verre Oosten. Tenminste, dat
dachten ze. Srila Prabhupada heeft de originele leer uit het Verre
Oosten naar het Westen gebracht, waarin de positie van de Godspersoon
onaantastbaar is en verdedigbaar door middel van een rotsvaste filosofie
die de impersonalistische zienswijze simpelweg verpulverd. Een ieder kan
daar zijn voordeel mee doen.
Srila Prabhupada is de eerste geweest die alle esotherische
geheimzinnigheid van de impersonalisten kortsloot door diezelfde kennis,
in het juiste verband en met de juiste nuance, te verkondigen in het
Westen. Toegankelijk voor iedereen, maar tevens zo diepgravend en helder
dat andere dogmatische religieuze systemen en zogenaamde geheime
leringen verbleekten. Het is aan de mens zelf om nú de boodschap van de
Veda’s te begrijpen, want een betere leermeester dan Srila Prabhupada
zal voorlopig een tijdje op zich laten wachten.
|