Stichter|Anderen over Srila Prabhupada

(bijgewerkt: zaterdag oktober 20, 2001 12:02 )
Hare Krishna, welkom op ISKON's website!

 

 


Your browser is not Java capable or Java has been disabled.

Anderen over Srila Prabhupada, een overzicht

Velen hebben in de loop der tijden inspiratie gevonden bij Srila Prabhupada. Ook vele geleerden en prominenten, zoals dr. Harvey Cox, dr. Judah Stillson, dr. Larry Shinn en George Harrison (inderdaad, die). Hier een klein overzicht over wat zij van Srila Prabhupada vinden.

door Ben Kuenen, augustus 1997

Inhoud

Sri Srimad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada, de stichter
Zijn levensloop

Een echte guru

Op handen gedragen

Srila Prabhupada’s Belangrijkste Bijdragen

 

Sri Srimad A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada, de stichter

Zo’n beetje ieder woord wat Srila Prabhupada gedurende de laatste 12 jaar van zijn leven heeft gezegd en geschreven is geregistreerd in de vorm van boeken, videobanden, bandopnamen en dagboeken van leerlingen. Uiteraard is er een zeer uitgebreide biografie[1] geschreven over het leven en werk van deze man, waarin het eerder genoemde materiaal is verwerkt. De biografie zal hier niet worden overgeschreven, maar met behulp van enige citaten zal getracht worden om de persoonlijkheid van Srila Prabhupada in het juiste licht te schetsen. Een volledig beeld geven is echter een onmogelijke opgave.

Zijn levensloop

Srila Prabhupada verscheen op 1 september 1896 in Calcutta, in deze wereld. Zijn naam was toen Abhay Charan De. Na een eenvoudige jeugd met een religieuze opvoeding, studeert hij af in 1920 en gaat aan het werk. In 1922 ontmoet hij zijn latere geestelijk leraar Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Goswami, een vaisnava in de lijn van de geestelijke erfopvolging vanaf Heer Caitanya, die hem in 1932 initiatie verleend. Bij de eerste ontmoeting vroeg zijn guru al waarom hij, als ontwikkeld iemand met kennis van de engelse taal, het Krishna bewustzijn niet over de hele wereld ging verspreiden. Deze opdracht wordt bij tijd en wijle in één of andere vorm herhaald; de guru maakte geen grapje, hij meende wat hij zei. Wanneer Srila Prabhupada ver in zijn vijftiger jaren zit neemt hij sanyassi en treedt toe tot de wereldverzakende levensorde. Rond deze leeftijd begint hij steeds serieuzere plannen te maken om de opdracht van zijn geestelijk leraar uit te voeren. Uiteindelijk arriveert Srila Prabhupada in september 1965, op 69-jarige leeftijd in New York, met een handvol roepies en een kist boeken. Na wat heen en weer geschuif komt hij met hulp van geïnteresseerde jongelui terecht in een groezelig pandje ergens in de Lower East Side van New York, dat op dat moment reeds het decor is voor de hippiecultuur. Hier was Srila Prabhupada aanvankelijk onbekend mee. De groep jonge, spiritueel zoekende mensen om hem heen groeide en via-via werden er ook kleine centra gestart in andere steden dankzij de inspanningen van leerlingen van het eerste uur.

Een echte guru

De eerste leerlingen liepen weg met de swami en ontplooiden vrijwillig en enthousiast allerlei activiteiten om zijn leringen te verspreiden.
Nu is er in het sektegebeuren altijd heel veel kritiek omtrent de leerling-meester verhouding. De grootste beschuldiging is dat de guru leerlingen misbruikt voor het vergaren van rijkdommen. De werkelijkheid is in dit geval anders.
Srila Prabhupada had een leerling-meester verhouding met Srila Bhaktisiddhanta Sarasvati Goswami. Een voorval uit de beginjaren in Amerika geeft een indicatie hoe Srila Prabhupada zelf dacht over deze relatie. Nadat hij een hartaanval had overleefd en zichzelf uit het ziekenhuis had ontslagen, gecombineerd met het drukke schema wat hij zichzelf oplegde, begonnen enkele leerlingen zich af te vragen wat ze zouden moeten als hun swami onverhoeds mocht wegvallen. Hetzij door overlijden, hetzij door terugkeer naar India. De swami was zeer geliefd en de leerlingen waren dan ook zeer bezorgd om hem. Ze overdachten de mogelijkheid hem te vervangen door één van Srila Prabhupada’s godsbroeders. Maar dit idee kwam hij ook aan de weet[2]:

Mukunda: Ik zat alleen bij Swamiji op zijn kamer en hij was heel ernstig en stil. Zijn ogen waren gesloten. Toen begonnen er opeens tranen uit zijn ogen te vloeien. Met gesmoorde stem zei hij: “Mijn geestelijk leraar was geen gewone geestelijk leraar.” Na een moment van stilte veegde hij de tranen van zijn wangen en zei hij met een nog meer verstikte stem: “Hij heeft me gered.” Op dat moment begon ik te begrijpen wat een “geestelijk leraar” was en liet ik alle overwegingen om Swamiji ooit te vervangen, varen.

Srila Prabhupada was zeer gehecht aan z’n eigen guru met wie hij een zeer intieme relatie had. Bovendien is een dergelijke relatie van essentieel belang voor het opdoen en doorgeven van geestelijke kennis. De Vedische geschriften doen er gezaghebbende uitspraken over, welke door Srila Prabhupada werden nagevolgd. In de Bhagavad Gita zegt Krnsa over geestelijke erfopvolging:

Zo werd deze allerhoogste wetenschap van geestelijk leraar op leraar ontvangen en zo ontvingen alle heilige vorsten haar. Maar in de loop der tijd raakte de geestelijke erfopvolging verbroken en hierdoor lijkt de wetenschap-zoals-ze-is verloren te zijn. (B.G. 4.2)[3]

Tracht de waarheid te vernemen door je tot een geestelijk leraar te wenden. Stel hem in alle bescheidenheid vragen en wees hem dienstbaar. Een zelfverwerkelijkte ziel kan je de kennis overdragen omdat ze de waarheid heeft doorschouwd. (B.G. 4.34)

Hij bedacht niets zelf. Een vergelijking van de biografie, zijn leringen en de Vedische geschriften zal dit aangeven. Het voorgaande fragment kan worden aangevuld met een commentaar op Srila Prabhupada van Prof. Dr. Larry D. Shinn[4]

Een van de belangrijkste lessen die een oplettende lezer uit deze biografie van Bhaktivedanta Swami kan trekken, is hoe gecompliceerd en diepgaand de relatie tussen guru en leerling is. Veel van de kritiek van ouders en antisekte-bewegingen is gericht tegen het feit dat de sekteleiders absolute overgave zouden eisen van hun volgelingen. Men neemt aan dat de leider uit persoonlijke motieven (zoals macht of winstbejag) anderen manipuleert, terwijl de overgegeven leerlingen, in een toestand waarin zij niet langer voor zichzelf kunnen denken, gedwongen zijn de bevliegingen van de geestelijk leraar te volgen. In dit boek over het leven van Srila Prabhupada kunnen we zien hoe kortzichtig deze veronderstelling is. Uit iedere pagina komt duidelijk naar voren hoe deze jonge mannen en vrouwen zich vrijwillig wijden aan een man die zij bewonderen voor zijn diepgaande geloof en nederigheid, en niet voor zijn autocratische of dwingende eisen......

Op handen gedragen

Professor in de theologie aan de Harvard Divinity School, Harvey Cox, zegt over Srila Prabhupada het volgende[5]:

Dit levensverhaal van Srila Prabhupada is een duidelijk bewijs dat het mogelijk is om de waarheid over te dragen en tegelijkertijd een dynamisch en opmerkelijk, en zelfs in bepaalde opzichten een “origineel” persoon te zijn. ... Op een leeftijd die bijna iedereen zeer gevorderd zou noemen en waarop de meeste mensen op hun lauweren zouden rusten, gaf hij gehoor aan de opdracht van zijn geestelijk leraar en begon zijn moeilijke en inspannende reis naar Amerika. Srila Prabhupada is natuurlijk één van de duizenden leraren op het gebied van geestelijke kennis. Maar op een bepaalde manier is hij ook één uit duizenden - en misschien wel één uit een miljoen.

Srila Prabhupada wordt dus niet alleen door zijn leerlingen op handen gedragen, maar ook door buitenstaanders die zich vanuit hun academische nieuwsgierigheid op het Hare Krishna fenomeen hebben gestort. Waar veel zogenaamde guru’s vroeg of laat door de mand vielen, daar was deze persoonlijkheid de sublieme uitzondering op de regel. In het boekje over sektes van Geert Vanacker, wordt tijdens de behandeling van sekteleiders een uitzondering gemaakt voor Srila Prabhupada, die blijkbaar kerngezond functioneerde[6]:

Wij laten ons in ieder geval niet meeslepen met de hetze die tegen de meeste guru’s wordt gevoerd. Wij verwijzen hier zelfs graag naar Dr. Stillson Judah, kenner als niet één, van de Hare Krishna-beweging, en dus ook van haar stichter Bhaktivedanta Swami Prabhupada. Over deze laatste spreekt Judah in uitermate positieve zin. Hij looft hem omwille van zijn eenvoud, mildheid en wijsheid. Klare taal van een man die weet waarover hij praat.

Nu Prof. Dr. Stillson Judah hier toch al is genoemd, kan een meer uitgebreide visie van hem op Srila Prabhupada ook nog wel worden genoemd[7]:

Dit boek onthult op de eerste plaats de buitengewone persoonlijke eigenschappen van Srila Prabhupada, die zo’n diepe eerbied en genegenheid bij zijn leerlingen teweeggebracht hebben. Zijn karakter getuigde niet alleen van diepe morele kracht, nederigheid en heiligheid, maar  ook van werkelijke onthechting. In tegenstelling tot zovele hedendaagse guru’s, was hij tevreden met een leven zoals zijn leerlingen dat leidden... Srila Prabhupada’s leven, zoals dat hier wordt beschreven, was geheel volgens zijn ideaal, en het voorbeeld dat hij ermee gesteld heeft, is waard om door anderen gevolgd te worden. In een tijd waar schijnheiligheid en cynisme hoogtij vieren, is dit het zeldzame voorbeeld dat we nodig hebben.

Srila Prabhupada wordt door kenners duidelijk als verschillend gezien van de nep-guru’s en swami’s die het Westen hebben overspoeld. Dr. Kailash Vajpeye, hoofd van de afdeling Indologie aan de Universiteit van Mexico, roemt Srila Prabhupada om zijn Bhagavad Gita zoals ze is en hekelt tegelijkertijd het leger Oosterse pseudo-geestelijken waarin het Westen zolangzamerhand verdrinkt[8]:

Als geboren Indiër, die thans in het Westen leeft, verdriet het me zeer wanneer ik zoveel van mijn landgenoten hierheen zie komen in de rol van guru of geestelijk leider. Daarom ben ik zeer opgetogen nu ik de uitgave van de “Bhagavad Gita zoals ze is” in handen heb, van A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada. Dit boek zal ertoe bijdragen dat er een eind wordt gemaakt aan het gruwelijke bedrog van de valse en ongeautoriseerde ‘guru’s’ en yogi’s en alle mensen in staat stellen de werkelijke betekenis van de oosterse cultuur te doorgronden.

De Beatles, en dan met name George Harrison, hebben ook regelmatig contact gehad met de Hare Krishna beweging en met Srila Prabhupada zelf. George Harrison voelde zich altijd al sterk aangetrokken oosterse filosofieën en het was dan ook niet vreemd dat hij veel sympathie koesterde voor ISKCON en haar leden. Harrison zegt over zijn relatie met Srila Prabhupada[9]:

Prabhupada zag er precies zo uit als ik me had voorgesteld. Ik had de eerste ontmoeting met hem met een soort gevoel van angst en ontzag tegemoet gezien. Dat is wat ik later, toen ik hem vaker ontmoet had, zo fijn vond - ik voelde dat hij gewoon meer een vriend was. Ik voelde me ontspannen. Dat was veel beter dan in het begin, want toen had ik niet begrepen wat hij zei en ik wist niet of ik misschien niet te materialistisch was om er zelfs maar bij te zijn. Maar later raakte ik wat meer ontspannen en voelde ik me veel meer op mijn gemak bij hem. Hij was erg hartelijk tegenover mij. Hij praatte tegen mij niet anders dan tegen de anderen. Hij sprak gewoon altijd over Krishna en het deed er niet toe wie er bij was. Wanneer je hem ook zag, hij was altijd hetzelfde. Het was niet zo dat hij je de ene keer vertelde Hare Krishna te chanten en de volgende keer zei: “O nee, ik heb me vergist.” Hij was altijd hetzelfde.
Het was elke keer fijn om hem op te zoeken. Soms ging ik overwachts langs, dan was ik eigenlijk helemaal niet van plan om te komen, maar voelde ik me er min of meer toe verplicht. En iedere keer dat ik bij hem vandaan kwam, voelde ik me zo goed. Ik was me ervan bewust dat hij in mij als persoon geïnteresseerd was. Het was altijd heel prettig.

Harrison had destijds een LP opgenomen, “Living in the Material World” welke 5 weken bovenaan de hitlijsten stond. Het lied “My Sweet Lord” stond in Amerika twee maanden lang nummer één. Deze werken waren direct geïnspireerd door Srila Prabhupada en zijn volgelingen.

Srila Prabhupada’s Belangrijkste Bijdragen

De bijdrage die Srila Prabhupada voor mij persoonlijk betekent is vooralsnog niet te meten. Dagelijks ontdek ik nieuwe feiten over deze man. Toen ik nog nooit van hem had gehoord dacht ik dat het iemand was die me wel iets over de Bhagavad Gita kon leren. Nu weet ik dat de man waarlijk een heilige is vanwege het feit dat hij 24 uur per dag bezig was om op filosofisch, devotionele en praktische wijze het Godsbewustzijn te verspreiden, op een manier die zijn gelijke nog niet kent in de Westerse Wereld. Het is ondoenlijk om een volledig overzicht te krijgen van de gevolgen die zich nog moeten uitkristalliseren in het Westerse denken. De belangrijkste bijdrage is zijn geslaagde missie om boeken te verspreiden in het Westen. Dit was een opdracht van zijn geestelijk leraar Srila Bhaktisiddantha Sarasvati Goswami door wiens genade Srila Prabhupada hiertoe in staat werd gesteld. De boeken bevatten de diepte van de Vedische filosofie en de instructies om tot een volmaakt Godsbewustzijn te komen, waarin God uiteindelijk kan worden ervaren in een directe relatie.

Hoewel nog niet iedereen de inhoud van zijn werken op de juiste waarde kan schatten viel zijn literaire prestatie wel degelijk op[10]:

In de periode van oktober 1968 tot november \976 verbaasde Zijne Goddelijke Genade Abhay Charanaravinda Bhaktivedanta Swami Prabhupada akademische en literaire kringen overal ter wereld door het schrijven en uitgeven van 52 boekdelen over de oude Vedische kultuur.... Deze en andere geschriften van zijn hand zagen het licht in 22 talen

De boeken vormden zijn belangrijkste missiewerk, daar deze voor iedereen toegankelijk zijn en bewaard kunnen worden op de boekenplank. Andere waarderende uitspraken over zijn boeken zijn niet te tellen. Vele universiteitsbibliotheken (90%) van Amerika en Europa hebben zijn werken op de plank staan en ze worden regelmatig als basisleerboeken gebruikt[11]. De Bhaktivedanta Book Trust is de grootste uitgeverij en verspreidster van boeken op het gebied van filosofie, cultuur en religie van India.
Dr. Judah Stillson geeft nog een andere zeer belangrijke bijdrage van Srila Prabhpada aan de mensheid, met name dat deel wat in het Westen woont[12]:

Ik betuig Srila Prabhupada stellig mijn eer als één van India’s eminentste geleerden. Als vertaler van veel van Inda’s belangrijkste religieuze teksten heeft hij bijzondere aandacht geschonken aan de geest en schoonheid ervan. Ik heb natuurlijk veel schuchtere letterlijke vertalingen van filosofische en religieuze klassieken van India onder ogen gehad. Dat soort zeer letterlijke vertalingen is meestal gortdroog - ontbloot van de beoogde spirituele bedoeling van de tekst. Maar Srila Prabhupada heeft in zijn vertalingen de essentiële spiritualiteit van de grondteksten gelegd. Een letterlijke vertaling gespeend van welwillende eerbied voor de grondteksten verduistert de diepste betekenis ervan eerder dan dat ze haar verheldert. Ik vind dat Srila Prabhupada’s vertalingen deze werken tot leven wekken.
De Bhagavad Gita staat wijd en zijd bekend als een in wezen devotioneel theïstisch werk. Maar er is helaas bijna uitsluitend commentaar op geleverd door voorstanders van de niet-theïstische gedachte, die de intens devotionele aard van het werk hebben verdoezeld. Dus voor mijn gevoel geven Srila Prabhupada’s vertaling en uitleg de ware betekenis en bedoeling van de Gita weer........
In feite is hij de eerste geweest die het devotionele, theïstische hindoeïsme - het Vaisnavisme - naar de westerse wereld heeft gebracht. Tot die tijd had het Westen de hindoe-filosofie voornamelijk leren kennen via Emerson en Thoreau en de overige transcendentalisten van de negentiende eeuw, die van de Vedische Schriften niets anders hadden gelezen dan vertalingen van niet-toegewijden en kommentaren die een niet-dualistische, pantheïstische uitleg gaven.
Deze begrensde, eenzijdige kijk van het Westen op de Vedische cultuur werd nog versterkt door Swami Vivekananda, die in 1893 het World Parliament of Religions kwam toespreken. Sindsdien zijn er talloze guru’s naar het Westen gekomen met hun eigen versie van de pantheïstische, niet-devotionele kant van de Indiase traditie.
Onderzoekt men de geschiedenis van India;s filosofie en religie, dan moet men onderscheid maken tussen deze Advaita-filosofie [“geen verschil tussen God en mens”] en de religie waaruit het eigenlijke volk leeft. Één van de dingen waarvan men bij een bezoek aan India onder de indruk komt is het buitengewone aantal tempels daar. En deze tempels zijn niet gebouwd voor een onpersoonlijke God. Ze zijn gemaakt om er de persoonlijke God in te eren en aanbidden. De theïstische eredienst is dus zéér belangrijk in India, in overheersende mate. Maar dat idee krijg je nooit wanneer je Vivekananda en andere impersonalistische leraren hoort.
In dit verband kwam ik pas een interessante verwijzing tegen naar een artikel dat in de jaren negentig van de vorige eeuw in een populair religieus blad werd gepubliceerd, waarin de schrijver zegt dat het een schande is dat Vivekananda deze Advaita-filosofie naar Amerika brengt in plaats van de religie die India zelf aanhangt en naleeft. De schrijver van het stuk suggereert nog dat Vivekananda de Amerikanen de religie van Sri Caitanya zou moeten verkondigen - toegewijde dienst aan de Opperheer - en dat dát het Amerikaanse volk werkelijk iets zou bijbrengen.

Inderdaad, het impersonalisme wordt door Oosters georiënteerde groeperingen gepropageerd. Voorbeelden zijn o.a. de Kaballisten, de Rozekruizers, Soefisten en Theosofen. Hun conclusie is samen te vatten in de uitspraak “Iedereen is God”. Mensen die zich gevorderd noemen op spiritueel gebied beginnen fijntjes te lachen als iemand spreekt over God of over Jezus. Ze lachen uit medelijden met die persoon omdat hij nog zo’n oppervlakkige geloofsopvatting heeft, waarbij God als persoon wordt gezien. In hun ogen kan dat niet. Nee, zij zijn immers op de hoogte van de geheime leringen van het Verre Oosten. Tenminste, dat dachten ze. Srila Prabhupada heeft de originele leer uit het Verre Oosten naar het Westen gebracht, waarin de positie van de Godspersoon onaantastbaar is en verdedigbaar door middel van een rotsvaste filosofie die de impersonalistische zienswijze simpelweg verpulverd. Een ieder kan daar zijn voordeel mee doen.
Srila Prabhupada is de eerste geweest die alle esotherische geheimzinnigheid van de impersonalisten kortsloot door diezelfde kennis, in het juiste verband en met de juiste nuance, te verkondigen in het Westen. Toegankelijk voor iedereen, maar tevens zo diepgravend en helder dat andere dogmatische religieuze systemen en zogenaamde geheime leringen verbleekten. Het is aan de mens zelf om nú de boodschap van de Veda’s te begrijpen, want een betere leermeester dan Srila Prabhupada zal voorlopig een tijdje op zich laten wachten.



[1] Satsvarupa Dasa Goswami: “Prabhupada”

[2] Satsvarupa Dasa Goswami: “Prabhupada”

[3] Krishna verklaart verder, dat Hij als eerste de kennis overdraagt en bij het verbreken van de geestelijke erfopvolging is Hij het, of één van Zijn incarnaties, die dit systeem weer hersteld.

[4] Satsvarupa Dasa Goswami: “Prabhupada”

[5] Satsvarupa Dasa Goswami: “Prabhupada”

[6] Geert Vanacker: “De Religieuze Sektes.”

[7] Satsvarupa Dasa Goswami: “Prabhupada”

[8] Back to Godhead, nr. 3 1979 nl: “Krishna is echt!”, Dr. Kailash Vajpeye, indologie, Universiteit van Mexico.

[9] Satsvarupa Dasa Goswami: “Prabhupada”

[10] Back to Godhead, nr. 3 1979 nl: “Krishna is echt!”, Encyclopedia Brittanica Book of the Year 1976, afdeling “People of the year”

[11] Back to Godhead, nr. 3 1979 nl: “Krishna is echt!”

[12] Hare Krishna Magazine, nr 1, zomer 1984, nl.: “Hoe ik Srila Prabhupada zie”, interview met Dr, Stillson Judah, door Subhananda dasa.

 


 Jump to top of page.

Start ] Omhoog ] Wie zijn we ] Agenda ] Centra ] Filosofie ] Contact ]

Hare Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare
Hare Rama, Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare